Mestscheider op je bedrijf? Zo voorkom je dat je stikstofruimte verspeelt
Nieuwsbrief, Wet en regelgeving 23-10-2026Steeds meer bedrijven zetten een mestscheider in. Een slimme investering, maar alleen als je de administratie en de verantwoording goed regelt. Doe je dat niet, dan kun je onnodig stikstofruimte kwijtraken. Je moet dan een hoge werkingscoëfficiënt hanteren, en bij controle kun je geen N-correctie toepassen.
Met deze 7 stappen zet je de zaken op orde.
Stap 1: bepaal wat er in de scheider gaat
Leg de ingaande mestcode en het N-gehalte vast. Baseer die op een analyse en niet op een forfait. Bij een forfait past RVO namelijk geen N-correctie toe.
Stap 2: verantwoord de scheidingsproducten onder de juiste code
Na het scheiden heb je twee nieuwe producten: de dunne fractie (filtraat) en de dikke fractie (koek). Beide verantwoord je onder een eigen mestcode:
| Ingaande mest | Mestcode | Dunne fractie (filtraat) | Dikke fractie (koek) |
| Rundveedrijfmest (behalve vleeskalveren) | 14 | 11 | 13 |
| Vleeskalveren, witvlees | 18 | 11 | 13 |
| Vleeskalveren, rosévlees | 19 | 11 | 13 |
| Drijfmest fokzeugen, opfokzeugen/-beren, dekberen | 46 | 41 | 43 |
| Drijfmest vleesvarkens | 50 | 41 | 43 |
Stap 3: zorg voor een sluitende administratie
Scheiden is een vorm van mestbewerking. Dat betekent dat je administratie het volgende moet bevatten:
- de manier van bewerking;
- het merk en type van de mestscheider;
- de hoeveelheid bewerkte mest;
- de hoeveelheid en samenstelling van eventuele bijgemengde stoffen;
- de hoeveelheid en samenstelling van het eindproduct.
Voor de handhavingsnorm komt daar nog bij: het moment van scheiden met factuur en betalingsbewijs, de hoeveelheid en soort gescheiden drijfmest, en het N-gehalte van de ingaande stroom.
Stap 4: houd rekening met de handhavingsnorm
RVO rekent met een N-correctie over de ingaande stikstof van 3,2% bij drijfmest van graasdieren en 3,9% bij staldieren. Zie bijlage investeringen Stalklimaat En Schuilvoorzieningen
Stap 5: kies de laagst mogelijke werkingscoëfficiënt
Hier kun je het verschil maken. Welke coëfficiënt geldt, hangt af van wat je met de fracties doet:
| Situatie | Coëfficiënt |
| Standaard filtraat/dunne fractie | 80% |
| Filtraat gaat terug naar de opslag waaruit gescheiden is én alle dikke fractie gaat als strooisel in de ligboxen (niet afgevoerd, niet uitgereden) | Drijfmestcoëfficiënt: 45% met beweiding of 60% zonder beweiding voor eigen graasdierdrijfmest.. |
| Dikke fractie | Coëfficiënt van vaste mest, afhankelijk van mestsoort, herkomst en gebruik (zie Tabel 9) |
| Dikke fractie wordt afgevoerd of direct uitgereden, dunne fractie gaat terug naar de reguliere opslag | Mengselcoëfficiënt. Het uitgereden deel heeft 80%. |
Onze tip: sla het filtraat altijd op in een aparte opslag. Voer je het terug naar de oorspronkelijke opslag, dan krijgt die hele opslag de hoge werkingscoëfficiënt van het filtraat. De enige uitzondering is als alle dikke fractie als strooisel in de ligboxen wordt gebruikt.
Stap 6: houd de gehaltes realistisch
Let op deze twee grenzen:
- Voor dikke fractie na centrifuge (codes 13 en 43) geldt een absolute bovengrens voor fosfaat: 15,0 g/kg bij rundvee en 31,0 g/kg bij varkens.
- Per type scheider is een maximaal scheidingsrendement voor stikstof en fosfaat vastgesteld. Gehaltes daarboven kunnen als schijnconstructie worden aangemerkt.
Stap 7: let op bij afvoer van dikke fractie
Laat je dikke fractie met code 13 of 43 door een intermediair vervoeren? Dan moet een erkende monsternemende organisatie de bemonstering onafhankelijk doen. Dat mag dus niet de vervoerder zelf zijn.
Vragen of hulp nodig?
Wil je zeker weten dat jouw mestscheider goed in de administratie is verwerkt? Ons team denkt graag met je mee.






